Skip to content

Minifabriek in Amsterdam

16 augustus 2012

Frank begon zijn ‘wooncarrière’ op de Amsterdamse Keizersgracht. Later woonden Frank en Sandra op de Zeeburgerkade en hun huidige huis staat op IJburg. Want daar kun je nog bouwen zonder gedwongen de geijkte paden te betreden. Het is een huis met veel staal en beton: kortom, een huis met een industriële uitstraling.

 

 

 





Meer informatie:
Het bureau van Robert van Kats
Blok Kats van Veen Architecten
http://www.bkvv.nl. Wilgenweg 22 b
Amsterdam, 020 4227233.

Het hele artikel verscheen in Kavel&Huis nr 2 – 2009

—————————————————————————————————————-

Lees hier het hele artikel

Minifabriek in Amsterdam

Frank begon zijn ‘wooncarrière’ op de Amsterdamse Keizersgracht. Later woonden Frank en Sandra op de Zeeburgerkade en hun huidige huis staat op IJburg. Want daar kun je nog bouwen zonder gedwongen de geijkte paden te betreden. Het is een huis met veel staal en beton: kortom, een huis met een industriële uitstraling.
In de jaren vijftig gingen de eerste New Yorkse kunstenaars soms op de bovenverdieping van panden wonen waar zij ook hun atelier hadden. Vaak waren dat fabriekspanden die niet meer als zodanig werden gebruikt. Het werd een soort trend: niet alleen kunstenaars betrokken de fabriekspanden en pakhuizen, dit soort ruimtes werd steeds vaker verbouwd tot woonruimte voor mensen die vielen voor de vaak immense ruimtes van de vertrekken, en de ruige no-nonsens uitstraling die de vaak onafgewerkte en ‘basic’ materialen eraan gaven. Ruw houten vloeren, betonnen wanden en vloeren, stalen of houten constructies die niet netjes waren weggewerkt, maar duidelijk zichtbaar waren. Het blijkt een trend te zijn die niet zomaar van het toneel verdwijnt, want nu, in 2009, zijn zulke panden goud waard. Als ze al te bemachtigen zijn. Architecten van nu hebben daar natuurlijk een oplossing voor gevonden. Zij ontwerpen woonhuizen die dezelfde kenmerken en dezelfde sfeer hebben als de fabriekslofts die al jaren populair zijn. Robert van Kats is zo’n architect. Hij runt het Amsterdamse bureau Blok Kats Van Veen Architecten. En hij ontwierp voor Frank Mineur en zijn vrouw Sandra Wiggers een woonhuis op het Amsterdamse IJburg dat niet voor niets De Minifabriek wordt genoemd.

Met ‘brandtrap’
Frank Mineur is art director en Sandra Wiggers is grafisch ontwerpster. ‘We zijn creatieven, dus we zijn misschien meer dan anderen bezig met vormgeving en hebben meer ideeën over de ontwerpen van een woonhuis’, zegt Sandra. ‘Maar aanvankelijk was het niet de bedoeling om een loft-achtig huis te bouwen. Het idee ging meer uit van een boothuis met veel hout in de gevels.’ Architect Robert van Kats: ‘Inspiratie daarvoor was het boothuis bij het Louisiana museum in Denemarken, grappig genoeg een loft. De achterpui dat uitkijkt op het water, zou helemaal van glas worden gemaakt en de benedenverdieping zou woonbestemming krijgen, de slaapkamers zouden boven komen.’ Maar het plan werd omgebogen naar het loft-idee. De ruimte van de verdieping is helemaal intact gelaten en vormt nu de woonkamer. De kapconstructie is in het zicht gehouden en is gemaakt van zware stalen profielen waarin stalen plafondplaten zijn aangebracht. De stalen spanten zijn ook in de muur zichtbaar, waar ze vlak zijn verwerkt in het oppervlak. Om het industriële karakter wat te relativeren, is op de muur een behang aangebracht met een flauw zichtbaar motief erin. De tuin is buitenlangs via een stalen ‘brandtrap’ bereikbaar vanuit deze hooggelegen woonkamer. Precies zoals je bij veel oude fabrieksgebouwen in Amerikaanse steden ziet. Het effect van de hoge en industrieel aandoende kap wordt versterkt door de vloer. Die is van geverfd beton: bewust is niet gekozen voor een gietvloer die vaak wordt gekozen als een industriële uitstraling wordt beoogd. Te gladjes en te netjes. De structuur van het beton is nog goed zichtbaar. Sandra: ‘En op deze manier heb je nog de mogelijkheid om later eens voor een andere kleur te kiezen. Deze verf bevat ook een bestanddeel waardoor een wat stroef oppervlak ontstaat.’

Geschilderde betonvloeren
Het toepassen van de geschilderde betonvloeren is door het hele huis consequent doorgevoerd, ook op de benedenverdieping waar de entree, de badkamer en de slaapkamers zijn. Van de entree is een zichtlijn naar de achterkant van het huis gemaakt: aan het eind van de gang is de tuin met daarachter het water zichtbaar. In de gang heeft de garderobe een eigen nisje met tussen de muren daarvan een stevige stalen buis waaraan de jassen opgehangen kunnen worden. In de gang zelf vallen onmiddellijk de schuifdeuren op die de slaapkamers en de badkamer afsluiten. Ze vallen iets buiten de muur en lopen op een grof uitgevoerde rails zoals je ze ook vaak ziet bij schuren van boerderijen. Robert: ‘Dit systeem past veel beter in het concept dan een design rail’. Meteen links van de entree is één van de kinderslaapkamers te vinden. Rechts in de gang zijn toilet, badkamer en een tweede kinderslaapkamer. Aan het eind van de gang, voorafgegaan door een klein ‘halletje’ is de ouderslaapkamer. Sandra: ‘We vonden dat de slaapkamers iets huiselijks moesten hebben. Vandaar het gedessineerde behang en de warmere kleuren.’

Loft-indeling
Schuin tegenover de entree is de trap naar de verdieping gemaakt. Het is eigenlijk een object, gemaakt van gebeitst vurenhout dat bestaat uit delen van wisselende breedte. Boven, op de woonverdieping lopen de gesloten wanden van de trap nog iets door tot ongeveer twee meter hoogte. Het effect daarvan is dat in de woonkamer wanden ontstaan die niet doorlopen tot aan het plafond, maar wel de functie hebben van scheidingswand. Visueel blijft de hele woonverdieping daardoor één grote ruimte, maar het geeft de mogelijkheid om een aan de achterzijde van het huis gesitueerde werkhoek te creëren waar Sandra ongestoord aan haar opdrachten kan werken. In de hoek er tegenover, dus aan de voorzijde van het huis, is de keuken gemaakt, met aansluitend het gedeelte van het vertrek waar de (extra lange) eettafel staat. De keuken is gemaakt door de broer van Sandra. Het is gemaakt van grijs gebeitst hout dat overeenstemt met de wanden van het trappenhuis. Sandra: ‘We hebben wel een keuken van strak en glanzend materiaal overwogen, maar uiteindelijk vonden we dit beter passen bij het karakter van het huis.’ Samen met Robert van Kats kwamen Frank en Sandra tot de keuze van het composiet aanrechtblad. Het heeft de ‘look’ van beton en ziet er robuust uit. Sandra: ‘Standaard meubels hebben we nauwelijks, het meeste is op maat gemaakt door mijn broer Joeri die meubelmaker is, ook het kleine tafeltje tussen de woonkamer en de keuken. En ook de keukenkast die met de rug tegen het trappenhuis staat, is door hem gemaakt. Die kast is door de jaren mee verhuisd naar allerlei woningen en het is in veel gevallen een soort inspiratiebron voor ons geweest. We pasten onze keuzes vaak op de kast aan.’

Architect Robert van Kats
Voor Robert van Kats hield het ontwerp van De Minifabriek verschillende uitdagingen in. Robert: ‘Aanvankelijk ging het idee uit naar een boothuis, maar het loft-idee kreeg de overhand. Binnen vier maanden was het plan uitgewerkt en in die periode gaat het erom dat je plannen wel binnen het budget blijven. In de ontwerpperiode droeg ik steeds ideeën aan die meestal wel met enthousiasme werden ontvangen, maar soms ook tot discussie leidde. Zo groei je in je ideeën naar elkaar toe. Dat is onze manier van werken. Wij hebben ook geen specifiek type opdrachten, als bureau onderscheiden we ons door de diversiteit in de projecten. Al die projecten hebben één ding gemeen: ze zijn hedendaags.’ Ook de opdrachtgevers hebben één ding gemeen: ze willen iets unieks, bijzonders, iets eigens.
Robert maakte met een Landrover samen met zijn vriendin een reis door Afrika. In die tijd heeft hij contacten gelegd die leidden tot stedenbouwkundige en architectuur opdrachten daar. Robert: ‘Het klimaat speelt dan weer een heel andere rol. Maar in het algemeen kijk ik eerst hoe ik een huis of gebouw kan bouwen dat zo weinig mogelijk energie verbruikt. Kennis die in Nederlandse projecten weer toegepast kan worden. Dit huis heeft relatief weinig glas, maar toch wekt het helemaal niet die indruk. Dat komt doordat de ramen breed en laag zijn. Maar boven de deur naar het balkon is weer een hoog raam gemaakt dat voor veel licht zorgt. De sfeer van het huis is geïnspireerd op de trend die Andy Warholl in gang zette in de jaren 50. Wij hebben er voor gezorgd dat de woonruimte maximaal werd benut.´

De Minifabriek staat op het IJburgse Kleine Rieteiland. 
De inhoud die in dit huis is gerealiseerd: 545 kubieke meter. Het aantal woonmeters bedraagt 180 vierkante meter, en dit huis staat op een kavel van 256 vierkante meter. Er mag nog worden uitgebreid in kubieke meters, alleen de nok zit op de maximale hoogte.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: